De dorpskerk tussen traditie en toekomst
7 maart ging de regionale kerkendag over de relatie kerk-dorp
Kerken waren eeuwenlang het fysiek, religieus en maatschappelijk middelpunt van dorp, wijk of stad. Door de ontkerkelijking is dit ingrijpend veranderd. Geloofsgemeenschappen reageren op deze ontwikkeling door actief te zoeken naar nieuwe verbindingen met de gemeenschap waar zij deel van uit maken. Soms door aan te sluiten op sociaal-maatschappelijke problemen in hun omgeving. Soms door hun kerk te ontwikkelen tot het cultureel hart van hun woonplaats. Soms door een broedplaats te zijn voor nieuwe sociale verbanden tussen mensen. Soms door meer aandacht te geven aan nieuwe vormen van spiritualiteit. Maar altijd op zoek naar nieuwe verbinding tussen kerk en samenleving.
Lezing door onze buurdominee
Over die verbindingen tussen kerk en, in ons geval, dorp, ging het tijdens de regionale kerkendag van afgelopen zaterdag 7 maart. Ds. dr. Jacobine Gelderloos verzorgde in ’t Gorechthuis de inleidende lezing. Gelderloos promoveerde bijna 8 jaar geleden op een studie naar hoe dorpskerken een bijdrage kunnen leveren aan leefbaarheid. Zie hier een artikel over haar proefschrift (opent nieuwe pagina). In februari werd Gelderloos bevestigd als predikant van onze buurgemeentes, de Protestantse gemeente te Vries en de PG te Noordlaren-Glimmen.
(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Waar de lezing over ging
Secularisatie
Als kerk heb je hoe dan ook een relatie met de samenleving om je heen. In de bredere samenleving zijn voortdurend allerlei ontwikkelingen die invloed hebben op die relatie. De belangrijkste is secularisatie. Religie wordt minder zichtbaar en minder invloedrijk in de maatschappij enkerken verliezen leden. Geloof en spiritualiteit worden steeds meer een zaak van eigen overtuigingen, en steeds minder van een gedeelde overtuiging. De waarde van geloof beleven en delen in een groep, en volgens bepaalde tradities wordt minder gevoeld.
Wat secularisatie doet met de kerk
De kerk zelf merkt deze ontwikkeling door ‘vergrijzing en ontgroening’, en reageert daar als organisatie op door te reorganiseren en te regionaliseren waar je vroeger meerdere kerken had in 1 dorp, heb je tegenwoordig op veel plekken meerdere dorpen in 1 kerk. De landelijke kerk zet in op pioniersplekken waar geëxperimenteerd kan worden. En ook is het inzicht gegroeid dat een kerkgemeenschap lokaal gebonden en gekleurd is, dus zet men in op instandhouding van zoveel mogelijk lokale ‘vierplekken’.
Overigens, merkte Gelderloos op, is het wel bijzonder dat pioniers jubelend uitroepen dat ze ‘al 30 personen’ in hun gemeenschap hebben, terwijl bestaande kerken klaaglijk uitroepen dat er ‘nog maar 30 personen’ actief zijn binnen hun gemeente.
Hoe mensen zich binden
Op welke manier voelen mensen zich met een kerkgemeenschap verbonden? Dat kan op allerlei verschillende manieren. Soms op meerdere manieren tegelijkertijd, soms op 1 manier die weer van andere kerkleden verschilt.
- Gemeenschap: ‘ik kom net zozeer voor de ontmoeting als voor de inhoud’
- Regelmatige activiteiten: ‘kerkdiensten, koffie-ochtenden, maaltijden zijn de momenten waarop ik even aanhaak’
- Evenementen: ‘je vindt mij nooit in de kerk, maar de jaarlijkse kerstviering sla ik nooit over’
- Plek: ‘de kerk is beeldbepalend voor het dorp en cultuurhistorisch een belangrijk monument’ (zie ook deze stichting, opent nieuw venster)
- Online: ‘iedere kerkdienst bekijk ik via kerkomroep, en ook via de website voel ik me er echt bij horen’
Vierplekken
De lokale binding van kerk en dorp is belangrijk. Moet het kerkgebouw worden gesloten of afgestoten? Word dan kerk in het dorpshuis of in het wijkgebouw.
Op de grens bewegen
Dominee Gelderloos liet zien dat kerken in de praktijk op verschillende manieren samenwerken met instanties in de samenleving van dorp en wijk om ze heen. De kerk kan samenwerking zoeken op leefbaarheidsvraagstukken. Maar ook op cultureel gebied. Gelderloos ziet daarin mogelijkheden om relevant te blijven als kerk, en tegelijkertijd trouw te blijven aan je roeping om samen christen te zijn in de wereld.
In Ternaard heeft het dorp een sneeuwschuiver gekocht, want Rijkswaterstaat komt er niet strooien. De Protestantse gemeente draagt bij door het zout te betalen.
Leefbaarheidsvraagstukken
Wat kan de kerk bijdragen op leefbaarheidsgebied? Vanuit bepaalde waarden, gericht op bepaalde waarden, kan de kerk bijdragen op pastoraal en diaconaal gebied. Maar ook op profetisch gebied in het aanwijzen van een acteren op situaties van onrecht voor mens en schepping.
Je kunt je als gemeente bijvoorbeeld bezinnen op de volgende onderwerpen:
- Toerisme en de invloed op de dorpssamenleving
- Armoede en structurele vormen hiervan in de samenleving om je heen
- Landbouw en de gevolgen van het landbouwbeleid voor de boeren in je gemeente en omgeving
- Afnemende sociale cohesie door bijvoorbeeld andere bestemming van de woningen (toerisme, seizoenswerkers)
- Eenzaamheid, die vaak samengaat met vergrijzing van een bevolking
De kerken in het Groningse aardbevingsgebied liepen voorop in het signaleren van de mentale problemen die ontstonden door aardbevingsschade. Zij hebben pastoraal veel voor mensen kunnen betekenen. En hebben ervoor gezorgd dat er team van geestelijk verzorgers van diverse levensbeschouwelijke achtergrond aanwezig is in het gebied (opent link).
Leefbaarheidsvragen zijn vaak ook levensvragen. En bijbelverhalen kunnen daar perspectief bieden.
Kerk en cultuur
Om te laten zien dat het nadenken over de relatie tussen je kerk en het omringende dorp of de omringende wijk belangrijk is én bij het christen-zijn hoort, mocht ik (Kaj van der Plas) hierna kort ingegaan op het boek ‘Christ and culture’ van H. Richard Niebuhr. Jezus zegt in de Bijbel iets in de strekking van ‘jullie zijn wel in de wereld, maar niet van de wereld.’ En ‘jullie zijn het zout voor de aarde.’ Deze woorden gaan uit van een tegenstelling tussen christenen en de hun omringende samenleving en cultuur. Tegelijkertijd ging Jezus zelf volop op in de cultuur van zijn volk in zijn tijd, wat de tegenstelling minder groot maakt.
Niebuhr geeft vijf mogelijke posities (opent nieuw venster) die je als kerk kunt innemen op de lijn tussen kerk en samenleving, tussen christus en cultuur. De twee uitersten zijn Christus tegen de cultuur (de samenleving is een bedreigende, zondige plek en moet gemeden dan wel bekeerd worden), en Christus als hoogtepunt van de cultuur (de samenleving en de kerk zijn volstrekt gelijkwaardig, en hebben hun eigen domein). Daar tussenin zit onder andere het idee van Christus die gekomen is om de wereld van binnenuit te transformeren (de kerk draagt gelijkwaardig bij aan de samenleving, vanuit eigen motivatie, maar zonder te willen bekeren of veroveren).
Je kunt als kerk de deuren open moet zetten, de drempels verlagen en aantrekkelijke activiteiten bieden, in afwachting van wie er uit de samenleving op af komt. Maar zijn er geen maatschappelijke activiteiten en culturele initiatieven waar je als kerk bij kunt aansluiten?
In cultureel opzicht is de samenwerking met de stichting Feest van de Geest een goed voorbeeld waar kerk en kunstenaars elkaar vinden rondom het thema ‘inspiratie’.
Overal ja op zeggen
De studentenpastor van het GSp liet zien hoe de kerk via het studentenpastoraat (opent nieuw venster) relevant is voor studenten van bijvoorbeeld de RuG en de Hanzehogeschool. Studentenpsychologen en decanen bieden zelf geen rouwgroepen aan, maar verwijzen studenten door naar de rouwgroep van het GSp. Door het organiseren van maaltijden met nagesprek, kunnen studenten die soms best eenzaam zijn elkaar ontmoeten.
Het motto van pastor Jasja Nottelman is: ik zeg overal ja op, en kijk vervolgens hoe wij als studentenpastoraat, als kerk, kunnen bijdragen. Soms komt iets dan van de grond, en soms ook niet. Een aanwezige predikant vulde aan: we moeten als kerk ook hopen en vertrouwen.
En wat we ermee zouden kunnen
Hoop, mogelijkheden, beperkingen
Voor de toekomst van de kerk, concludeerde iemand, is het geld niet eens een probleem. Financieel zijn er nog wel mogelijkheden. Het probleem zit hem in de mensen. Hoe krijg je mensen actief betrokken bij de kerk, en hoe zorg je dat ‘iets doen voor de kerk’ aantrekkelijk is? De oude situatie waarbij het een eer was als je voor een ambt werd gevraagd ligt lang achter ons. En ook het idee dat je uit plichtsgevoel iets van je tijd bijdraagt lijkt niet meer van deze tijd.
Dat zien we ook in onze eigen gemeente rond de Dorpskerk. Hoe lastig is het om vrijwilligers te vinden voor de ‘kerkenraad oude stijl’. En we komen in de Catch ’22 terecht dat het ontwikkelen van nieuwe vormen om samen besturen leuk te houden, bestuurskracht vraagt. Kom daar maar eens uit.
Als we onze christelijke waarden serieus nemen, dan omarmen we ook de hoop die daarbij hoort en het vertrouwen. Geen passief vertrouwen en geen irrationele hoop misschien. Maar als ons geloof ons iets waard is, dan houden we ons eraan vast. En hoop en geloof kunnen ook moedig maken.
Zoals Luther zei: als ik wist dat de wereld morgen zou vergaan, dan zou ik vandaag nog een appelboompje planten.
De toekomst houdt ons gaande
Het vraagt moed om het anders te doen dan we deden. Omdat het om loslaten vraagt, niet loslaten van ons geloof maar wel van ‘manieren van doen’ en daarin van ‘controle’. Maar we moeten misschien wel concluderen dat het model van ‘Christus tegen de cultuur’ net zomin nog werkt als ‘Christus als hoogtepunt van de cultuur’. Wat mensen in de maatschappij vinden, zoeken ze niet in de kerk. En wat mensen zoeken op het gebied van zingeving en religie wordt zo persoonlijk ingevuld, dat je daar niet op kunt anticiperen.
Naast doen wat we altijd deden, met oog voor onnodige drempels tussen binnen en buiten (een beetje mysterie mag best blijven bestaan), zouden we dus misschien het beste naar buiten kunnen treden, en als ‘kerkmensen’ andere mensen van goede wil versterken in hun streven naar het realiseren van waarden die we delen. Wij vanuit onze roeping, en zij vanuit de hunne. Dat geldt op het gebied van maatschappelijke vragen, leefbaarheidsvraagstukken, en culturele initiatieven.
Wat brengen wij mee als dorpskerk? Durven we eerst te geven en dan pas te vragen, op hoop van zegen?
De toekomst is al gaande
De toekomst is al gaande,
lokt ondanks tegenstand
ons weg uit het bestaande
naar eens te vinden land.
De toekomst is al gaande,
schept doorgang door de vloed,
dwars door het ongebaande
een pad dat voortgaan doet.
De toekomst is al gaande,
een bron in de woestijn
zingt tegen het vergaan in:
de dood zal niet meer zijn.
De toekomst is al gaande,
verborgen en gezien,
een stem die te verstaan is,
een God die draagt en dient.
De toekomst houdt ons gaande,
voert ondanks tegenstand
ons uit het doods bestaande
naar nieuw, bewoonbaar land.
(Beluister het lied hier (opent YouTube))
ds. Kaj van der Plas