De verstilling, het niets, de leegte – J.H. Leopold

STAREN DOOR HET RAAM
Er is een leven in wat bewegen,
de takken beven een beetje tegen
elkaar. Een even beginnen schudt
elke boom: een bezinnen dit,
een schemeren gevend van eerste denken,
met loome vingers gaan zij wenken
wenken, wenken, brengen uit
een vreezend meenen nauw geuit.
En lichte dingen, herinneringen
lispelen zij, vertrouwelingen,
zouden wel willen, willen – dan dood
staan zij in de lucht, de boomen bloot.
De lucht, die leeg is en zonder ziel,
waar uitgetuimeld de wind uitviel.
J.H. Leopold (1865-1925)
De bladeren vallen
Gisteren is de herfst begonnen. Ik zit op de bank en kijk naar buiten. Het begint al wat te schemeren. Twee eiken vol blad sieren mijn uitzicht. De bladeren vallen in de voortuin.
“Er is een leven in wat bewegen,
De takken beven een beetje tegen elkaar.”
Zo begint het gedicht van J.H. Leopold. Deze dichter werd in 1865 te ‘s-Hertogenbosch geboren. Na zijn studie te Leiden vestigde hij zich in Rotterdam, waar hij ging werken als leraar oude talen aan het Erasmiaans Gymnasium. Hij bleef hier zijn verdere leven wonen en stierf er in 1925, als dichter vrijwel onbekend en lange jaren haast onuitgegeven, meldt de tekst op de achterflap van de bloemlezing uit zijn werk, “O rijkdom van het onvoltooide”, uit 1977.
Oproep tot reflectie
Het gedicht “Staren door het raam” is een vertolking van verstild leven voor mij. Woorden die ervoor zorgen dat je gaat reflecteren, naar binnen toe keren, wat gaat erin mij om…
De versregels lopen met behulp van enjambement vloeiend in elkaar over. Er is sprake van binnenrijm, en van beginrijm; bijvoorbeeld ‘En lichte dingen, herinneringen lispelen zij’.
De bomen zijn als mensen: “Zij wenken, wenken, brengen uit een vreezend meenen nauw geuit”.
Wat vertellen de bladeren/ de bomen aan elkaar? “Lichte dingen, herinneringen lispelen zij, vertrouwelingen, zouden wel willen, willen – dan dood staan zij in de lucht, de boomen bloot”.
Je eigen gedachten
Elke lezer kan zijn eigen gedachten laten gaan. Wat betekenen deze woorden van Leopold voor jou? Het antwoord is aan de lezer.
De vallende bladeren, het mijmeren in de schemering, gedachten over het afgelopen half jaar: lente en zomer zijn voorbijgegaan. En dan nu de verstilling, het niets, de leegte.
“De lucht, die leeg is en zonder ziel,
Waar uitgetuimeld de wind uitviel”.
Ik wens u mooie, verstilde gedachten toe in de komende herfsttijd.
Henny Veltman
