Heiligen en blokkendozen

Een paar weken geleden hoorde ik tijdens een uitvaartdienst de volledige apostolische geloofsbelijdenis weer eens en weer viel het me op dat er bij een van de laatste stellingen beleden wordt dat je gelooft in één heilige, algemene, christelijke kerk en de gemeenschap der heiligen.
Ik ben dol op heiligen. Veel mensen denken dat heiligen een uitgestorven soort zijn. Een folkloristisch overblijfsel uit de middeleeuwen, maar niets is minder waar. Alleen al in de 21e eeuw loopt het aantal nieuwbenoemde heiligen in de honderden, mede omdat sommige canonisaties grote groepen martelaren tegelijk betreffen. Paus Franciscus heeft tijdens zijn pontificaat honderden mensen, vaak in grote groepen tegelijk, heilig verklaard.
Met onze dorpskerk mogen we ons wat dat betreft gelukkig prijzen. Wij hebben nog een aan het gebouw verbonden heilige uit het jaar 700.
Mag ik u voorstellen aan de heilige Gangulfus. Er zijn wat afbeeldingen van hem, maar ik heb meteen maar door AI een nieuw staatsieportret laten maken, waarbij hij, zoals gebruikelijk is in de icoontraditie, wordt afgebeeld met de attributen die iets over zijn verdiensten of martelaarschap zeggen. De palmtak in zijn hand verwijst naar de overwinning van het geloof op lijden en sterven. Het zwaard onderin verwijst naar zijn gewelddadige dood en het schaalmodel van de kerk geeft zijn diepe verbondenheid met de dorpskerk weer.
Naast een heilige als schutspatroon van een kerk of parochie hadden veel mensen vaak ook nog hun eigen persoonlijke heilige, die als beeldje op het huisaltaar prijkte. Altijd klaar om je te helpen bij de kleine dagelijkse worstelingen en problemen waarmee je Maria, Jezus of God liever niet lastigviel.
Je had een soort rangorde, waarbij een heilige behulpzaam was bij de kleine beslommeringen, alledaagse zaken en gevaren en je richting gaf in je bescheiden leven.
Ik houd van heiligen, zei ik al. Maar hoewel er sinds 2000 honderden bij zijn gekomen, kan ik nog steeds moeilijk een keuze maken.
Heiligen in deze tijd? Dan moet ik toch steeds weer aan de dagboeken van Etty Hillesum denken en hoe zij de alledaagse beslommeringen relativeerde door haar mystieke verhouding tot God. Waar Gangulfus verbonden is met een kerkgebouw en een dorpsgemeenschap, spreekt Etty Hillesum juist vanuit de innerlijke ruimte van de mens. Toch zijn beiden op hun eigen manier wegwijzers naar iets dat groter is dan henzelf.
Zij zou een beeldje kunnen zijn op mijn huisaltaar. Een icoon aan de wand met een kaars daaronder die nooit dooft.

Op deze icoon, die ik opnieuw door AI heb laten maken, zie je haar ook met een attribuut, zoals elke heilige dat traditiegetrouw krijgt. In haar geval is dat een piramide van blokken uit een blokkendoos. Zij schreef daarover in een van haar dagboeknotities; het was een metafoor over hoe je aan het eind van de dag je activiteiten overzag en de revue liet passeren: De blokken onderin waren je je dagelijkse routinebezigheden, daar bovenop kwam de laag met dingen die je voor anderen deed en pas dan kon je aan God, de piek van je piramide toekomen…
Ik ben dol op heiligen maar ook op blokkendozen.
