Lees hier het verslag
Op 30 maart j.l.is er in het Loughoes een lezing gehouden door mevr. dr. Renée van Riessen over de filosofie van Emmanuel Levinas. Renée van Riessen doceerde filosofie aan o.a. de Protestantse Theologische Universiteit en de Universiteit Leiden. Over de filosofie van Levinas schreef zij het boek Van zichzelf bevrijd. Levinas over transcendentie en nabijheid (Amsterdam 2019, Uitgeverij Sjibbolet).
Wie was Levinas.
Hij is geboren op 12-1-1906 in Kaunas, Litouwen. Levinas komt uit een joodse familie, en kreeg een joodse opvoeding. Hij studeerde vanaf 1923 filosofie en psychologie in Straatsburg (Fr) en in Freiburg (D.).Voor die laatste stad koos Levinas omdat hij belangstelling had voor de fenomenologie, een filosofische stroming die toen in opkomst was. Hij wilde er studeren bij Husserl, die de basis had gelegd voor die methode. Maar eenmaal in Freiburg maakte Levinas ook kennis met de jonge docent Martin Heidegger die de fenomenologie verder ontwikkelde in de richting van het existentialisme en daarmee veel studenten trok.
De opkomst van het nazisme, de Tweede Wereldoorlog en de holocaust hebben Levinas’ leven en werk sterk beïnvloed. Tussen 1940 en 1945 zat hij in krijsgevangenschap in Duitsland, waar hij toch kans zag te studeren en te schrijven. Vlak na de oorlog publiceerde hij zijn eerste boeken, en bekendheid kreeg hij met het in 1961 verschenen Totalité et Infini (in het Nederlands vertaald als Totaliteit en Oneindigheid). Hij werd hoogleraar, achtereenvolgens in Poitiers en in Parijs en ontving in de jaren ’70 verschillende eredoctoraten voor zijn werk, onder anderen van de universiteiten in Leuven, Chicago en Leiden. Hij bleef tot op hoge leeftijd publiceren en overleed in 1995 in Parijs.
Levinas heeft als filosoof grote invloed gehad op het denken over de zijnsvraag. Veel westerse filosofen gaan daarbij uit van “ik”. Zoals bijvoorbeeld Descartes die de stelling poneerde: Ik denk dus ik ben.
De kern van de filosofie van Levinas is als volgt kort samen te vatten:
Mens zijn is
– met de ander zijn
– er voor de ander zijn
Daarmee kiest Levinas een uitgangspunt in de medemenselijkheid.
Dat heeft hij gemeen met een andere joodse denker, Martin Buber (1878-1963), die in zekere zin zijn voorloper was. Een bekend boek van Buber is Ich und Du, verschenen in 1921.
Maar naast deze overeenkomst (het uitgangspunt in medemenselijkheid) zijn er ook grote verschillen tussen Buber en Levinas. Want Buber vatte de relatie tussen “ik en ander” op als een symmetrische relatie. Hij zoekt de waarheid van het mens-zijn met name in de dialoog tussen twee gelijkwaardige partners: een wederkerige ontmoeting tussen “ik en jij”.
Bij Levinas verschijnt de “jij” van de Ik-Jij verhouding daarentegen als een Ander, een Vreemdeling die een schok teweeg brengt in de belevingswereld van de “Ik”. Levinas concentreert zich in zijn filosofie niet op de gelijkwaardige verhouding tussen Ik en Jij, maar op de ervaring van het “gelaat” van de Ander.
Het gelaat van de Ander is niet zijn of haar zichtbare “gezicht”- het is eerder iets dat spreekt en dat mij aanspreekt. Ook zegt Levinas over het gelaat dat het als het ware een “gebod” is. De ontmoeting met de ander als gelaat is vergelijkbaar met het horen van een gebod. Het gelaat dus niet zozeer iets dat zichtbaar is, maar eerder iets dat tot mij spreekt. Het spreekt mij aan en zegt mij “Gij zult niet doden”. Dat hoor ik en dat doet een beroep op mij. Ik word oneindig verantwoordelijk voor de Ander, zonder wederkerigheid, een asymmetrische verhouding. Het gebod “Gij zult niet doden” moet dan niet alleen als een verbod worden opgevat, want het kan ook positief worden uitgedrukt met de opdracht om de ander een (goed) leven te geven. “Gij zult niet doden” betekent dan in positieve zin: “Gij zult mij laten leven”.
Wij leven in een samenleving, waarin ook andere mensen dan “jij en ik” voorkomen. Levinas spreekt daarbij over “de derde”. Ik kan niet iedereen tegelijk oneindig dienen. Er ontstaat spanning tussen mijn absolute verantwoordelijkheid jegens de Ander (ethisch) en mijn verantwoordelijkheid jegens derden. Die verantwoordelijkheid vraagt van mij dat ik afwegingen maak. Daarmee komen we in de sfeer van de politiek en de instituties: ook op dat vlak moet de verantwoordelijkheid vertaald worden, bijvoorbeeld in de vraag : op wie stem ik wel of niet en waarom. Dan gaat het over recht, politiek, instituties (zoals de staat en de rechtspraak)

Tot slot
Ethiek (de verantwoordelijkheid voor de Ander) is fundamenteler dan politiek. Medemenselijkheid houdt nabijheid in, naderbij komen. Met enkele overwegingen naar aanleidingen van het schilderij De Barmhartige Samaritaan van Vincent van Gogh sluit mevr. Van Riessen haar lezing af.
Het was een boeiende avond die door de vele bezoekers op prijs is gesteld, zoals mag blijken uit de levendige discussies die tijdens en na de lezing zijn ontstaan.
Commissie Vorming en Toerusting