Pestkoppen, slachtoffers en omstanders

Het is de week tegen pesten. Leerkrachten worden aangespoord om pesten aan te kaarten in hun klas. Want er wordt veel gepest. En de slachtoffers hebben er vaak de rest van hun leven last van. Tijdens de Week tegen pesten staat de aandacht voor pesten bij kinderen centraal. Maar pesten is geen probleem dat beperkt blijft tot de schoolbanken. Het komt ook in de volwassen wereld voor: op het werk, in het zorgcentrum en in de politiek.
Pesten is een systeem
Pesten gebeurt eigenlijk zelden tussen twee mensen. Er is een systeem met een dader, een slachtoffer, en de omstanders die meedoen of hun mond houden. Het is een dynamiek van angst en vernedering die vaak draait om macht.
Rol 1: de pester
De pester oefent macht uit over het slachtoffer door het te vernederen, buiten te sluiten of door er roddels over te verspreiden. En indirect oefent de pester macht uit over de omstanders, die bang zijn om het volgende slachtoffer te worden. Pesten geeft soms een goed gevoel: door iemand anders naar onder in de hiërarchie te duwen, verhoog je jezelf. En soms zit er angst achter: het kind dat op de ene school gepest werd, kiest soms voor pestgedrag op de volgende school om het niet nog eens te laten gebeuren.
Rol 2: het slachtoffer
Slachtoffers van pesten zijn soms mensen die niet voldoen aan de ongeschreven sociale regels van de groep. Maar vaker zie je, dat die groepsregels ‘al pestend’ ontstaan. Het slachtoffer heeft de pech om door de dader te worden uitgekozen, en de redenen volgen. Deze willekeur is een van de redenen dat pesten zo schadelijk is: het slachtoffer gaat diep aan zichzelf twijfelen omdat er geen redelijkheid in het spel is.
Rol 3: de rest
De omstanders zijn mensen die meedoen of mensen die wegkijken. Beide posities kunnen voortkomen uit dezelfde angst om het volgende slachtoffer te worden. Of uit de ambitie om hoger te klimmen in de groepshiërarchie. Mensen die het zien en er niets van zeggen, houden het pesten in stand. En soms verantwoorden ze zich, vooral naar zichzelf, door het slachtoffer zelf de schuld te geven van het pestgedrag.
Pesten als politieke strategie
Het Witte Huis dat pesterige filmpjes de wereld in stuurt en een Amerikaanse president die iemand met een lichamelijke beperking belachelijk maakt: pestgedrag komt voor op het hoogste niveau van de wereldpolitiek. Ook in de lokale politiek in Nederland trouwens, zo bleek in 2024 in Roosendaal. En in de landelijke politiek maken sommige partijen filmpjes waarin ze anderen vernederen of in diskrediet proberen te brengen. Hier is pesten niet willekeurig maar dient het een politiek doel.
Wij tegen zij
Alles voor een aanhang die ervan smult. Want het ‘wij’-gevoel wordt flink gevoed door het identificeren en belachelijk maken van een tegenstander. ‘Wij’ zijn niet zoals die ander, die staat voor de rest van de andere groep. Wij zien er anders uit, hebben andere ideeën een andere religie of levensstijl. Door die van de ander belachelijk te maken, geef je je eigen identiteit een kleine boost.
Identiteitspolitiek
Pesten op het politieke podium komt dus vooral voor bij partijen die een sterke wij-zij-tegenstelling propageren, en de verschillen tussen hun eigen groep en de rest formuleren niet als een kwestie van ideeën alleen, maar van identiteit.
Dader, slachtoffer, de rest
De daders zijn duidelijk. De slachtoffers kunnen politieke tegenstanders zijn. Denk aan de showprocessen die Stalin hield voor mensen die in ongenade waren gevallen. Zij werden publiekelijk belachelijk gemaakt. Ook kunnen mensen die zich tegen een leider uitspreken, of kritisch zijn (denk aan journalisten met kritische vragen), soms slachtoffer worden van pestgedrag. De omstanders zijn ook in dit geval de mensen die er niets van zeggen, die het pesten niet benoemen als wat het is. Of die de stemmen van de pester versterken.
Pesten in de Bijbel
Komt pesten in de Bijbel voor? Jazeker! Het bekendste is misschien wel een klein en raadselachtig verhaaltje, waarin de profeet Elisa de hoofdrol speelt. Elisa heeft net het profetenstokje van Elia overgenomen. Hij zuivert als eerste profetendaad het water bij de stad Jericho. En dan gebeurt het.
Van Jericho ging Elisa naar Betel. Toen hij naar de stad omhoogliep, rende een troep jongens op hem af die hem uitlachten en schreeuwden: ‘Zet ’m op, kaalkop! Zet ’m op, kaalkop!’ Elisa keek om, en toen hij de kinderen zag, vervloekte hij ze in de naam van de HEER. Meteen kwamen er twee berinnen uit het bos, die tweeënveertig van de kinderen verscheurden.
Geen geweld
Wat moet je hier nou van zeggen? Het enige is misschien: ‘met deze profeet valt niet te spotten’. We moedigen mensen die gepest worden, in onze samenleving niet aan om geweld te gebruiken.
Kinderloze vrouw
Een ander voorbeeld van pesten vind je in het geboorteverhaal van Samuël. Zijn vader had twee vrouwen, waarvan de ene kinderen kreeg en de andere, Hanna, niet. Er staat dat ze ieder jaar naar het heiligdom in Silo gingen. Hanna kreeg dan het beste stuk offervlees. Dan staat er:
Haar rivale kwetste haar dan diep, door haar te sarren omdat de HEER haar geen kinderen gaf. Zo ging het jaar in jaar uit. Elke keer als ze naar het heiligdom van de HEER gingen, treiterde Peninna Hanna zo erg dat ze begon te huilen en haar eten liet staan.
God maakt het goed
Zoals vaker in de verhalen over vrouwen die lijden onder hun kinderloosheid, is het God zelf die voor een ommekeer zorgt. Niet door de pester op diens plek te zetten, maar door de reden voor de sociale uitsluiting weg te nemen.
Laag wordt hoog
Wie laag is in de ogen van mensen, wordt groot gemaakt door God.
Zo zegt Maria, als ze gehoord heeft dat ze Jezus zal krijgen:
‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,
mijn hart juicht om God, mijn redder:
Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.
Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen,
heersers stoot Hij van hun troon
en wie gering is geeft Hij aanzien.
Hoop voor wie wordt neergeduwd
Wie naar beneden geduwd wordt, door de arbitraire regels die in een samenleving kunnen ontstaan en basis kunnen worden voor een hiërarchie die nergens op slaat (een verdeling in ‘slim’ en ‘dom’, of ‘mooi’ en ‘lelijk’, of ‘mens’ en ‘onmens’), krijgt door de verhalen van Hanna en Maria hoop.
Jezus zelf buitengesloten…
Of je het pesten kunt noemen, weet ik niet. Maar Jezus zelf werd ook buitengesloten. Zo heeft bijvoorbeeld Petrus het gezien, toen hij Jezus vergeleek met de steen uit Psalm 118:
De steen die de bouwers afkeurden
is de hoeksteen geworden.
…en getreiterd
En er is het verhaal van de pesterij van Jezus die door omstanders geblinddoekt wordt. Ze slaan hem en zeggen: als je dan een profeet bent, profeteer dan eens wie je heeft geslagen? Onwillekeurig roept dit beelden op van gevangenen die door hun bewakers worden vernederd en mishandeld. Omdat ze van een ander volk zijn, of van een andere religieuze of politieke overtuiging
Christenen pesten niet
Als we die man van Nazaret belangrijk vinden, naar hem kijken als positief voorbeeld om ons mee te vergelijken, of hem zien als God op aarde, dan zien we hem in wie wordt neergedrukt. Want daar is God blijkbaar.
Daarom pesten christenen niet, doen ze niet met pesters mee, en spreken ze zich uit tegen mensen die hun tegenstanders vernederen. Toch?
…toch?
Kaj van der Plas
