Stap voor stap gehoorzaamheid in de mist

Meer dan 25 jaar geleden werden er vanuit een klooster in Indonesië vijf Franciscanessen zusters ingevlogen om de zieltogende gemeenschap van Denekamp te redden. Een congregatie, die ooit uit 650 Franciscus-volgende vrouwen bestond was in de loop der tijd gedecimeerd tot een handvol AOW-gerechtigden die hulpbehoevend waren. Het stichtingsbestuur gunde de zusters, die hun leven lang anderen belangeloos hadden bijgestaan eenzelfde zorg aan het eind van hun eigen werkzame leven.
En zo kwam ook zuster Christella naar Denekamp. Onze groep kloostergangers, die van 8 tot en met 11 oktober te gast waren in het klooster, vroegen haar meteen of het destijds haar eigen keuze was geweest om naar Nederland te komen. ‘Nee’ zei ze, ‘maar ik had de gelofte van gehoorzaamheid afgelegd en ging.
Verbazing alom. Zo gewend als wij zijn om zelf ons leven uit te stippelen en ons niets gelegen laten liggen aan dwang en, in onze ogen, blinde gehoorzaamheid.
‘Óf ze dat dan niet moeilijk vond’ was de vraag daarop. ‘Jawel’ zei ze.
‘Af en toe was dat wel moeilijk. Ik weet nog, ik liep op een dag hier op oprijlaan naar het klooster toen de mist plots optrok. Vóor mij was mist met nauwelijks zicht en als ik achter mij keek kon ik ook niets zien. Ik zag alleen beneden mij mijn twee voeten. Ik kon de toekomst vóor mij niet zien en het verleden achter mij was ook niet bereikbaar meer bedacht ik mij…alleen mijn voeten liepen stap voor stap verder.
Toen vroeg ik God, mij niet de toekomst of het verleden te laten zien, maar enkel zijn licht vlak voor twee van mijn stappen te werpen, zodat ik weet waar ik die zet. Meer niet’.
Deze zuster Christella begeleidde deze dagen onze retraite, die wel heel anders was dan in de meer contemplatieve kloosters waar we afgelopen jaren te gast waren. In kloosters waar meer dan 6 gebedsdiensten in een abdijkerk eerder regel dan uitzondering waren.
Bij de Franciscanessen echter staat van oudsher de praktijk van de zorg voor de medemens centraal. In kraamklinieken, gezinszorg en scholen voor meisjes. In Nederland, maar ook in Tanzania.
Nu hier in Denekamp wordt er s ’ochtends in een gezamenlijk dienst een begin met de dag gemaakt. Halverwege de dag houden zij een middagdienst en zij sluiten de dag af met een vesper.
De zusters leiden de dienst zoveel mogelijk zélf en laten ook de gasten volop teksten lezen en meezingen.
Dat is wel even wennen voor wie de liturgische gestrengheid van het monastieke traditionele koorgebed gewend is. Maar er gaat een haast kinderlijke eenvoud, maar vooral warmte van deze bijeenkomsten uit.
De ‘Indonesische’ zusters zoals ze ook in de landelijke media steevast genoemd worden, verzorgen allang niet meer alleen hun oudere Nederlandse zusters. Ze organiseren de meest uiteenlopende retraites. En maken daar zelf programma’s voor in alle bescheidenheid die hen van nature, geloof en dankbaarheid zo eigen is.
Retraites waar gedanst wordt of gezongen met pubers. Of dagen waarop je gewoon met hun klooster kennis kunt maken onder het motto ‘Kom, zie en proef’ waarbij ze uiteraard een aantal Indonesische snacks serveren.
Onze groep werd begeleid door zuster Christella en zuster Virginie. Zij hadden voor ons een gevarieerd programma samengesteld waarbij de werkvormen allemaal op de een of andere manier met het , weliswaar onuitgesproken, thema ‘Wie was je en wat ben je nu en hoe ervaar je het ouder worden en hoe spreekt God hierin tegen jou’.
We schreven op wat onze spirituele erfenis is. Welke symbolen we koesteren. We keken naar een adembenemende film over het leven dat zich afspeelt in, om, onder, boven en rondom een eikenboom. Daarna bezochten we een indrukwekkend arboretum in de buurt. We tekenden en vertelden vrijuit over onze levensmotto’s en de zusters verzamelden, na al onze verhalen met een uitnodigend luisterend oor aangehoord te hebben, alle werkvormen in een placemat, die we mee naar huis konden nemen om er elke dag bij het ontbijt aan herinnerd te worden.
Op de laatste dag van de retraite liepen we een, in de kloostertuin aangelegd labyrint. Een labyrint is geen doolhof maar een cirkelend pad dat je via vele rondgangen van binnen naar buiten naar het midden voert en dan weer terug.
Zuster Virginie benadrukte dit niet te doen met het midden als doel voor ogen, maar gewoon stap voor stap voor stap te gaan. En we gingen op pad. Een voor Een. Stap voor stap. En de zusters ook.
Terwijl ik ook het labyrint betrad zag ik naast mijn voeten ook andere voeten voorbij schuifelen. En twee daarvan waren onmiskenbaar van Zuster Christella. Ik zag het niet alleen aan haar tot op de enkels vallende habijt maar zij bukte zich en raapte iets op dat voor haar voeten lag.
Na afloop vroeg ik haar wat ze verzameld had. ‘Een takje en een klaverblaadje’ antwoordde ze. Een klavertje vier?, vroeg ik. Nee zei ze. Deze had maar drie blaadjes.
Toen we na het lopen weer binnen waren zag ik dat ze het takje en het klavertje op een stukje papier plakte en dat ze bij het klavertje met de drie blaadjes er een vierde blaadje bij tekende. Het was felrood gekleurd en had de vorm van een hartje…
‘Ha’ zei ik, ‘nu heb je toch een klavertje vier dus. ‘
‘Ja’, zei ze bedeesd, ‘geluk moet je zelf maken tenslotte, vanuit een gevend hart’

