Menso Alting en de kraaien van de morgen

Terwijl het toegestroomde kerkvolk de woorden ‘Dit is een morgen als ooit de eerste, zingende vogels geven hem door’ onder leiding van Vincents orgel inzet, zijn de kraaien van de buurbomen nog volop aan het krassen en keuvelen.
Hagepreek
Het was op deze dag van de moeder, dag van het gemeenteberaad, ooit ook zo’n morgen voor Menso Alting. Meer dan 400 jaar geleden deed deze kerkhervormer, afkomstig uit Eelde en onze dorpskerk, de kerkdeur achter zich dicht en reed met paard en wagen naar het hunebed bij Schoonloo. Om daar, met de eerste Drentse hagenpreek, min of meer het startsein te geven voor de oprichting van de eerste Protestantse gemeente in het Noorden.
Pleidooi
Dat kreeg niet meteen vorm. Omdat het in het geheim moest. Maar toch: die eerste stiekeme preek legde wel de uiteindelijke basis voor de gemeente in Eelde. Een gemeente die na Menso’s terugkeer eindelijk vleugels krijgt. Waarin de kerkorde nog nauwelijks vorm heeft. En waar het kalme warme pleidooi van Antho van Eijk voor een ‘levende’ naar elkaar luisterende kerkgemeenschap, tijdens het vragenrondje op het gemeenteberaad, misschien moeiteloos in zou gepast zou hebben.
Op het hunebed
Menso stond aan het begin van die beweging. Letterlijk. Op het hunebed. Zijn kansel in de vrije natuur. Hij bracht vervolgens vele jaren in ballingschap in Emden door. Daar moest hij met calvinistisch georiënteerde geloofsgenoten vormgeven aan een eerste kerkgenootschap met een vertegenwoordiging van gelovigen door middel van een kerkenraad.
Samenwerken
Of daar ook al een gemeenteberaad bij hoorde, weet ik niet. Maar op ons gemeenteberaad van 10 mei deed de kerkenraad verslag van het proces van de voorgenomen samenwerking van onze kerk met de omliggende protestantse kerken. We moeten opnieuw formuleren wie we zijn en wat onze eigen manier van vieren is. Kijken waar we noodgedwongen moeten samenwerken om dat mogelijk te maken, om dat door te blijven geven. Want na vele pogingen kunnen we niet genoeg ambtsdragers meer krijgen, en daarmee lopen we het gevaar niet meer te voldoen aan de voorwaarden waaraan een kerkenraad minimaal moet voldoen.
Met lede ogen
Sommigen van ons zien de ontwikkeling met lede ogen aan, misschien ook wel omdat het zo onontkoombaar, zo onafwendbaar lijkt. Bedenk dan dat de zingende vogels van de morgen niet de kraaien zijn, maar de merels: zij geven het door. Zowel bij het hunebed als binnen onze dorpskerk.at feest meer dan Jezus die aan ons zicht onttrokken wordt, en ‘naar de hemel gaat’? Nou, in de Bijbelse verbeelding ligt er een rechtstreeks lijntje tussen Jezus’ hemelvaart en de oude verhalen over hoe iemand de troon naast God bestijgt om van daaraf te heersen over de kosmos.
De oude wijze
In een visioen van Daniël ontvangt een soort hemelse grijsaard (God?) een mens bij zijn troon, en de hele kosmos aan diens voeten legt. In het zevende hoofdstuk staat:
“In mijn nachtelijk visioen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor Hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij, die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan.”
Alles aan zijn voeten gelegd
De schrijvers van het Nieuwe Testament moesten hierbij aan Jezus denken. Paulus bijvoorbeeld in zijn brief aan de Efeziërs, hoofdstuk 1:
“Die macht was ook werkzaam in Christus toen God Hem opwekte uit de dood en Hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en Hem als hoofd over alles aangesteld, ten behoeve van de kerk, die zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult.”
Laatste Oordeel
Hoe moeten we ons dit nu voorstellen? Heersen over de kosmos, alles onder zijn voeten gelegd? Ik heb dat in de hemelvaartsdienst vertaald naar een andere vraag: wie zet jij op de troon over de kosmos? Op beide vragen wordt een antwoord gegeven in de Laatste Oordeelvoorstelling van Hans Memling.
Het werk wordt hierboven weergegeven. Als je het kunstwerk in het groot wilt bekijken, en wilt kunnen inzoomen, kan dat via deze link (opent een nieuw venster in je browser).
De Medici in Gdánsk
Dit drieluik werd geschilderd tussen 1467 en 1473, in opdracht van de Florentijnse bankier Angelo Tani, hoofd van het Brugse filiaal van de Medici-bank. Het schilderij was bestemd voor de familiekapel in de kerk van Sint-Bartholomeus in Badia Fiesolana, bij Florence. Het bereikte zijn bestemming echter nooit en de opdrachtgever heeft het voltooide schilderij waarschijnlijk nooit gezien. In 1473 werd het, onderweg van Brugge naar Italië, vervoerd op de galei San Matteo, die werd geplunderd door kapers uit Gdańsk onder bevel van Paul Beneke. Tegenwoordig wordt het drieluik tentoongesteld in het Nationaal Museum in Gdańsk.
Wat opvalt: de menselijkheid
Als je let op Christus, die hier tronend over de kosmos (de regenboog) en de aarde (waar de doden opstaan) wordt geschilderd, zie je dat zijn mantel het enige koninklijke is. Daaronder is hij net zo bloot als tijdens de voetwassing. En in zijn voeten, zijn handen en zijn zijde draagt hij de sporen van zijn lijden. De vorst van de kosmos is dus de lijdende. Nergens zie je de menselijkheid zo goed terug, als in de kwetsbaarheid. Nou, dit is kwetsbaarheid in volle glorie. En als je naar het gezicht van Christus kijkt, zie je dat hij jou aankijkt. Alsof hij de vraag stelt: wie zet jij op de troon van jouw hemel?
In de hemel als ook op de aarde
Natuurlijk is dit schilderij maar een voorstelling. Ontsproten aan de verbeelding van de kunstenaar, begeleid door de inzichten van diens tijd. We zien hier dus niet een op een communicatie van een Bijbelverhaal, van Bijbelse beeldtaal. De kunstenaar zelf is interpreterend en uitleggend bezig. Een beetje zoals Rembrandt, die in de Nachtwacht heeft laten zien wat hij dacht en vond. 200 jaar (!) eerder toont Memling aan zijn opdrachtgevers, de rijke bankiers en oorlogsfinanciers, deze vredekoning die ze kritisch aankijkt. Laat de heersers van onze wereld deze Christus maar eens in de ogen kijken.
Ik zie ik zie…
Wat zie je verder? Ik wijs je op een paar dingen. De hemelpoort is voorgesteld als het ingangsportaal van een Gotische kathedraal, inclusief beeldhouwwerk van God op diens troon, en daarboven de schepping van Eva uit de zijde van Adam. Petrus, met een grote sleutel, heet de zaligen welkom. De ‘goeien’ bevinden zich aan de rechterkant van Jezus, de positieve kant. Je ziet ook dat de ziel aan die kant van de weegschaal van engel Michaël het meeste gewicht in de schaal legt. Aan de andere kant, Jezus’ linkerkant is het eeuwige vuur. Volgens Openbaring zal Satan, en het dodenrijk zelf in dat vuur verdwijnen ooit. Maar een door zichzelf verteerd vuur laat zich niet schilderen.
Angstwekkend?
We leren dat de Middeleeuwers bang werden gemaakt voor de dood, zodat ze in dit leven de kerk goed zouden sponsoren. Maar als je naar de symmetrie van dit kunstwerk kijkt, gaat er eerder een soort rust vanuit. Het angstwekkende idee van eeuwig vuur en kwellingen is gestileerd, waardoor het effect een beetje lijkt te zijn opgeheven. En als jij je op die manier als toeschouwer van het tafereel kunt opstellen, heeft het minder uitwerking op je. Zou de kunstenaar doorgehad hebben dat angst een slechte raadgever is, ook als je iemand wilt ‘bekeren’? En dat het contact met de kritische, ingetogen, vragende blik van een ander mens veel meer effect heeft? Zeker als die mens Christus is?
ds. Kaj van der Plas
